NeuroLog

Hoofd-halskanker

We gebruiken de term hoofd-halskanker voor tumoren die ontstaan in de bovenste lucht-en spijswegen : de mondholte (lippen,tong,tandvlees,wangslijmvlies,mondbodem en gehemelte), de neus (huid,binnenkant van de neus, neusholte of de sinussen), de keelholte (hypofarynx) , het slokdarmhoofd (farynx, bovenste deel van het spijsverteringskanaal tussen mondholte en slokdarm), en het strottenhoofd (de larynx) met stembanden. Hoofd -en halskankers kunnen ook ontstaan in de speekselklieren in het bovenste deel van de nek.

Symptomen

De volgende klachten kunnen wijzen op een tumor in de mond- keel- of neusholte :

  • Een niet-genezende zweer of wond
  • Aanhoudende keelpijn
  • Problemen bij het slikken
  • Bloedingen in mond of neus
  • Een slecht ruikende adem
  • Gevoel van brok in de keel
  • Verminderde beweeglijkheid van de tong of mondopening
  • Een zwelling in de hals
  • Gezwel of knobbeltje in de mond
  • Nek-, oor-, keel-, tand- of hoofdpijn

Bij strottenhoofdkanker kunnen volgende klachten voorkomen :

  • Aanhoudende heesheid
  • Keelklachten (pijn bij slikken, droge keel,..)
  • Hoestklachten
  • Uitstralende pijn vanuit de keel naar het oor
  • Kortademigheid
  • Veel slijmen in de keel

Onderzoeken

De neus-keel-oorarts of kaakchirurg onderzoekt gericht de mond-, neus- en keelholte. Er wordt een endoscopie gedaan waarbij men de binnenkant van deze structuren ook grondig kan onderzoeken. Als de diagnose hoofd-halskanker wordt gesteld, kunnen nog andere onderzoeken volgen om de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen vast te stellen. (röntgenfoto’s, echografie,..)

Aan de hand van de beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen (TNM code). Hij houdt daarbij rekening met de grootte van de tumor en eventuele doorgroei in het omringende weefsel (T = tumor), de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren (N = noduli) en/of organen elders in het lichaam (M=metastasen)

Behandeling

Bij de standaardbehandeling van hoofd-halstumoren houdt men rekening met de plaats waar de tumor zich bevindt, de grootte van de tumor en de algemene toestand van de patiënt. Voor strottenhoofdkanker komt radiotherapie op de eerste plaats (al dan niet in combinatie met chemotherapie) en chirurgie op de tweede plaats. Voor de andere hoofd-halskankers is de meest toegepaste behandeling chirurgie, eventueel gevolgd door radiotherapie, al dan niet gecombineerd met chemotherapie voor gevorderde tumoren. Deze curatieve behandeling is gericht op genezing van de patiënt.

Bij een uitgezaaide hoofd-halskanker zal een palliatieve of niet-curatieve behandeling voorgesteld worden. Het doel hierbij is om de ziekte zo ver mogelijk terug te doen dringen en zo lang mogelijk onder controle te houden om de overleving en levenskwaliteit zoveel mogelijk te verlengen en verbeteren.

De behandeling van kanker in het hoofd-halsgebied kan behoorlijk ingrijpend zijn, want ze kan ademhaling, spreken, eten en drinken beïnvloeden en mogelijks ook zichtbare gevolgen hebben in de hals en in het gezicht. De behandeling van hoofd-halstumoren is daarom erg complex en vraagt een gespecialiseerde aanpak van een multidisciplinair team.

Wat doet de logopedist?

Revalidatie is een belangrijk aspect in de behandeling van hoofd-halskanker.

Chirurgie in het neus-, keel- en oorgebied kan leiden tot functionele problemen betreffende het slikken en het spreken. De logopedist werkt op verwijzing van de arts, en zal pre- en/of postoperatief ingrijpen op de fysieke en functionele veranderingen die hebben plaatsgevonden. De mondmotorische functies, de orale en faryngeale structuren, de spraak en de slikfunctie worden grondig geëvalueerd. Er wordt een behandelingsplan opgemaakt, afgestemd op de mogelijkheden van de patiënt. De logopedist kan helpen om het spreken en het slikken te verbeteren door intensieve oefentherapie (fysiologie) of door compensatiegericht te werken. Voor patiënten met een tracheacanule wordt er advies en gerichte oefentherapie gegeven naar spraak -en slikmogelijkheden. De logopedist werkt in teamverband met een kinesist en een diëtist om ook het voedingspatroon te optimaliseren. Er wordt ook grondig samengewerkt met de hoofd-halschirurg en NKO-arts.

Hoofd-halskanker

Laryngectomie

Laryngectomie is het wegnemen van het strottenhoofd bij keelkanker. Bij een partiële laryngectomie kan een deel van het strottenhoofd gespaard worden, bij grotere tumoren moet het hele strottenhoofd verwijderd worden. We noemen dit een totale laryngectomie.

Een laryngectomie heeft ingrijpende gevolgen op de manier waarop de patiënt ademt en spreekt. Na een partiële laryngectomie wordt er nog één stemband behouden waardoor de patiënt nog redelijk, maar met schorre stem, kan spreken. Na een totale laryngectomie is er geen verbinding meer tussen de mond en de longen. Door de operatie is de luchtpijp op de huidlaag in de hals vastgehecht en is de slokdarm rechtsreeks met de mond verbonden. De patiënt ademt voortaan via een kunstmatige opening (tracheostoma) in de hals. Doordat de stembanden verwijderd werden, is er een stemprothese nodig om te kunnen spreken.

Logopedie bij laryngectomie

Na een laryngectomie is het belangrijk om een nieuwe manier van spreken aan te leren a.d.h.v. spraakrevalidatie bij een logopedist. Er zijn drie methodes om na een laryngectomie opnieuw te kunnen spreken. De logopedist begeleidt de patiënt bij elk van deze mogelijkheden om de nieuwe manier van spreken zo natuurlijk mogelijk te laten klinken en het gebruik ervan te habitualiseren.

1. Knoopjesspraak

Bij knoopjesspraak wordt er een stemprothese (spraakkno(o)p) geplaatst tussen de luchtpijp en de slokdarm. Dit is een klein ventiel dat, wanneer de patiënt zijn stoma afsluit, lucht perst naar de slokdarm waardoor hij kan spreken. Het ventiel zorgt ervoor dat voedsel en drank niet van de slokdarm in de luchtpijp komen. Door middel van dit ventiel is het mogelijk lucht vanuit de longen naar de slokdarm te sturen. Hiervoor moet het tracheostoma worden afgesloten met bijvoorbeeld een vinger of met behulp van een pleister met een klepje.

Het slokdarmweefsel wordt door de langsstromende lucht in trilling gebracht en brengt zo geluid voort: de ‘slokdarmstem’. In de mond-, neus-, en keelholte wordt dit geluid tot verstaanbare spraak gevormd.

Wanneer het slokdarmgeluid gemakkelijk op gang komt, kan met behulp van het spraakknopje meteen in volledige zinnen gesproken worden. Deze methode lijkt dan ook het meest op het spreken van voor de operatie. Zingen, hard roepen, fluisteren, neuriën en fluiten is echter niet meer mogelijk. Vrouwen spreken dan vaak met een lagere stem.

Knopjesspraak

2. Electrolarynx

Een electrolarynx is een spreekhulpapparaat. Aan de bovenzijde bevindt zich een trilplaatje. Tijdens het spreken wordt dit manueel tegen de mondbodem of hals gehouden. De trillingen worden via het mondbodemweefsel doorgegeven aan de lucht in de mondholte, waardoor er geluid ontstaat. Door normale spreekbewegingen te maken, wordt dit geluid omgezet in spraak. Het stemgeluid dat hierdoor ontstaat, klinkt mechanisch, de spraak is metaalachtig en klinkt dus niet als een normale stem. Voor degenen die de slokdarm- of prothesespraak niet kunnen aanleren, biedt het echter een goede mogelijkheid om te kunnen spreken.

Een voorwaarde voor het spreken met een electro-larynx is dat het weefsel van de hals of mondbodem soepel genoeg is om de trillingen van het apparaat door te geven aan de mondholte. Bij de electro-larynx moet om te spreken altijd één hand vrij zijn om het apparaat te bedienen.
Sinds enige jaren zijn er, naast de apparaten die klanken op één toonhoogte geven, ook apparaten verkrijgbaar waarmee variatie in de toonhoogte kan worden aangebracht. Om hiermee goed te kunnen omgaan, is het nodig dit met de hulp van een logopedist te oefenen.

Electrolarynx

3. Slokdarmspraak

Slokdarmspraak is niet eenvoudig en moet na de operatie speciaal worden aangeleerd. De patiënt leert lucht inslikken in de slokdarm en die dan als het ware ‘op te boeren’ om zo klanken voort te brengen. Met behulp van de mond en de tong wordt de lucht in de slokdarm gebracht. Ontspanning is daarbij heel belangrijk. Hoe beter ontspannen de patiënt is, hoe sneller hij deze spraakmethode onder de knie krijgt.

Zodra de patiënt erin slaagt klanken voort te brengen, kan hij proberen woorden van één lettergreep te maken en daarna ook woorden van twee, drie, vier of meer lettergrepen te vormen. Slokdarmspraak wordt het beste en het snelste geleerd door kort maar vaak te oefenen om vermoeidheid te voorkomen. Het is de meest natuurlijke vorm om opnieuw spraak te genereren.

Slokdarmspraak

Copyright © 2018 NeuroLog | Designed by Steven Heyndrickx | Theme by Colorlib | Powered by WordPress